Een persoonlijk verhaaltje vandaag.

Toen ik nog bij mijn ouders woonde, was de regel voor de meisjes, voortkomend uit bepaalde principes: je draagt thuis geen broeken, maar jurken of rokken.

De enige uitzondering daarop werd gemaakt voor schaatsen en …. zwemmen. (een maillot over klamme benen aantrekken in een kleedhokje was al te lastig, vonden mijn ouders) Ik heb het altijd een grappige uitzondering gevonden.

Een grote hekel had ik aan die regel: ik wilde aantrekken wat ik wilde en niet in een bepaald hokje gezet worden. Maar zolang ik thuis wilde wonen, zat er niets anders op.

De manier waarop ik probeerde toch mijn eigen stijl te hanteren en ‘erbij te horen’, was door het dragen van grote oorbellen, broekrokken :-), make-up (binnen het toegestane) en zodra ik op kamers ging, droeg ik uiteraard alleen maar broeken.

Wat heeft dit met mij gedaan? Dat ik een hekel heb gekregen aan rokken en jurken? Nee! ik word er over het algemeen blijer van dan van broeken. Alleen zal ik nooit een donkerblauwe rok meer dragen vanwege bepaalde associaties.

Het is vooral zo fijn om aan te kunnen trekken wat ik wil! Om mijn eigen stijl te dragen en op die manier iets te laten zien van wie ik ben; o.a. vrouwelijk, romantisch met creatieve en pittige kanten. Die stijl verandert ook wat in de loop van de tijd en soms is het weer even ‘zoeken’.

Ik ben heel benieuwd of je iets herkent in dit verhaal en hoe jij hiermee omgaat.

Graag help ik je ook om te ontdekken wat jouw unieke persoonlijke stijl is, los van opgelegde normen, ideeën en je verleden; op zoek naar het antwoord op de vragen: ‘Waar word jij blij van? Hoe laat je door je kleding zien wie je bent?’